Zowat 13.000 Vlamingen namen deel aan De Oorzaak, het grootschalige burgeronderzoek naar omgevingsgeluid in Vlaanderen. De interessante resultaten die werden voorgesteld op de eindsymposia in Leuven, Gent en Antwerpen lossen de belofte van de campagnetitel niet helemaal in.

Het gemotoriseerde verkeersgeluid dat onze steden doordrenkt, is meer dan achtergrondruis. Het is de auditieve afdruk van onze hyperactiviteit. We proberen de gevolgen te dempen met schermen, asfalt, elektrificatie en isolatie, terwijl dat niets anders is dan het Kurieren am Symptom. De bron van lawaai ligt dieper: in onze fixatie op snelheid en productiviteit, in onze drang naar continu aanwezig en bereikbaar zijn. De auto, de smartphone, de agenda vol efficiënt ingeplande momenten lijken de totems van een cultuur die beweging waardeert boven  kwaliteitsvolle aandacht.

De cijfers van De Oorzaak zijn onverbiddelijk: in bijna de helft van de stedelijke meetpunten overschrijdt het verkeersgeluid de officiële gezondheidsdrempel. Achter die decibels schuilt een cultuur van permanente onrust en stress. Het lawaai van motoren en banden is het klankspoor van een dopamineverslaafde samenleving die altijd meer wil – almaar sneller, almaar luider.

We leven, zoals de Nederlandse Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in haar recente advies noemt, in een hypernerveuze samenleving. Onze samenleving is haar eigen onrust gaan normaliseren. We vullen elk stil moment met een scherm of een taak en noemen dat efficiëntie. Stilte lijkt een bedreigende leegte die we zo snel mogelijk moeten vullen.

De hypernerveuze samenleving is niet enkel een mentale toestand, maar ook een sociaal-economische constructie. Ze wortelt in een groeimodel dat voortdurend meer vraagt – meer consumptie, meer productie, meer rendement – en daarvoor systematisch menselijke en natuurlijke hulpbronnen uitput. Wie in dat patroon niet meedraait, valt uit de toon. Meer nog: stilte is een privilege aan het worden, iets wat je moet kopen, organiseren, beschermen.

Toch legt De Oorzaak ook een tegenbeweging bloot. Waar natuurgeluiden hoorbaar zijn, daalt de spanning en neemt de verbondenheid toe. Mensen die in hun habitat vaker natuurgeluiden kunnen waarnemen, rapporteren meer tevredenheid over hun leefomgeving. Het is alsof de natuur ons herinnert aan een oerritme waarin we ooit thuishoorden.

Daarin ligt een maatschappelijke opdracht. Geluidsbeleid mag niet beperkt blijven tot het reduceren van lawaai, maar moet ook gericht zijn op het herstellen van stilte als basisrecht en gemeen goed. Stilte is geen luxeproduct, maar biedt een noodzakelijke ruimte voor herstel, creativiteit en echte ontmoeting.

De hypernerveuze samenleving tot rust brengen, vraagt om meer dan technische oplossingen. Het vraagt om systemisch inzicht die de samenhang tussen het financieel mogelijk maken van economische expansie en energieproductie, en de desastreuze impact ervan op onze natuurlijke omgeving. Fundamenteel gaat het om een culturele en structurele omslag: een samenleving die stilte, rust en ruimte niet als verlies van groeipotentieel ziet, maar als voorwaarde voor duurzame leefkwaliteit. Een samenleving die weer leert luisteren – naar elkaar, naar de omgeving, naar wat niet luid, maar levend is.

Misschien is dit wel de belangrijkste verdienste van het burgeronderzoek: dat de zaak van de oren ons kan leiden naar de échte oorzaak. Die ligt niet louter in het gemotoriseerde lawaai dat we met z’n allen produceren, maar in onze verslaving aan fossiele energie die ons blindelings op het doodlopende spoor van toenemende versnelling en ongebreidelde consumptie houdt.

Christine Fettweis, Greet Heylen, Dirk Sturtewagen, Gerolf T’Hooft, namens Waerbeke, de sociaal-culturele organisatie die stilte-rust-ruimte als maatschappelijke kwestie aan de orde stelt.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *